Onderzoek

Onderzoek naar nieuwe behandelingen voor het Koolen-de Vries syndroom

Onderzoeker: Cristina Gontan, Erasmus MC Rotterdam

Bij mensen met Koolen-de Vries syndroom werkt één van de twee KANSL1-genen niet goed. Iedereen heeft normaal twee kopieën van dit gen, maar bij KdVS is er nog maar één goed werkende kopie aanwezig. Onderzoekers kijken daarom naar een nieuwe behandelingsstrategie: niet het vervangen van het ontbrekende gen, maar het stimuleren van de activiteit van de gezonde kopie die nog aanwezig is. Mogelijk kan dit helpen om klachten van het syndroom te verminderen.

Schema van onderzoek naar activatie van het KANSL1-gen

Om dit te onderzoeken heeft de onderzoeksgroep speciale menselijke celmodellen ontwikkeld met behulp van cellen die zijn gedoneerd door mensen met KdVS. Deze cellen kunnen in het laboratorium worden gekweekt en geven onderzoekers de mogelijkheid om het syndroom beter te bestuderen in menselijke cellen. In deze cellen zijn kleine “lichtsignalen” ingebouwd bij het KANSL1-gen. Wanneer het gen actiever wordt, neemt dit lichtsignaal toe. Hierdoor kunnen onderzoekers heel precies meten of een mogelijke behandeling ervoor zorgt dat het gezonde KANSL1-gen harder gaat werken.

Vervolgens worden verschillende experimentele behandelingen getest, waaronder zogenaamde antisense oligonucleotiden (ASO’s). Dit zijn kleine stukjes genetisch materiaal die gericht zijn op RNA-moleculen die mogelijk de activiteit van het KANSL1-gen remmen. Door deze remming weg te nemen, hopen onderzoekers de activiteit van het gezonde KANSL1-gen te verhogen. Daarnaast kunnen deze cellen worden omgezet in menselijke zenuwcellen (neuronen). Dit is belangrijk omdat KdVS vooral invloed heeft op de ontwikkeling en werking van de hersenen. Hierdoor kunnen mogelijke behandelingen direct worden onderzocht in menselijke zenuwcellen die relevant zijn voor het syndroom.

Met deze geavanceerde celmodellen hopen onderzoekers nieuwe behandelingen te ontwikkelen die de activiteit van het KANSL1-gen kunnen verhogen en uiteindelijk mogelijk kunnen bijdragen aan verbetering van klachten bij mensen met KdVS.

Koolen-de Vries Natural history studie

Onderzoeker: Jolijn Verseput, Radboud UMC

Vanuit de klinische genetica afdeling het Radboudumc is een natural history studie opgezet voor Koolen-de Vries syndroom. Een Natural history study, ookwel natuurlijk beloop studie, heeft als doel het verloop van een aandoening in kaart te brengen. Wanneer beginnen kinderen te lopen? Komt epilepsie voor en tot welke leeftijd kan dit nog ontstaan?

De informatie kan worden gebruikt om te laten zien hoe de ontwikkeling, de mentale en lichamelijke gezondheid van mensen met deze aandoening in de loop van de tijd verandert. Ouders of andere verzorgers kunnen via de HDGW-webpagina die gewijd is aan het Koolen de Vries syndroom toegang aanvragen tot de natural history vragenlijst. Jaarlijks zal gevraagd worden de gegeven informatie bij te werken.

Bij interesse in deelname vindt u meer informatie op: https://www.humandiseasegenes.nl/kansl1/parents/upload-clinical-information.

Koolen-de Vries facial recognition

Onderzoeker: Jolijn Verseput, Radboud UMC

Voor betere herkenning en diagnostiek van mensen met het Koolen-de Vries syndroom (KdVS) werkt de klinische genetica afdeling van het Radboudumc aan (AI) modellen die kunnen helpen bij het diagnosticeren van het syndroom.

Op basis van 2D gezichtsfoto’s en medische kenmerken van mensen met KdVS is AI tool PhenoScore ontwikkeld. Deze tool kan Koolen-de Vries syndroom van andere syndromen met ontwikkelingsproblemen onderscheiden. Voor mensen waarbij wordt getwijfeld of KdVS de juiste diagnose is, kan de tool daardoor helpen om te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat iemand inderdaad KdVS heeft.

Daarnaast is het Radboudumc bezig in samenwerking met de Universiteit Leuven om 3D foto’s te verzamelen en analyseren van mensen met KdVS om te onderzoeken of dit nieuwe of betere informatie geeft over de typische gelaatskenmerken van dit syndroom.

Nadif Kasri-lab

Onderzoeker: Brooke Latour, Radboud UMC

Onze hersenen hebben een goed gereguleerde DNA-reparatie nodig om zich normaal te kunnen ontwikkelen en functioneren. Kleine, tijdelijke breuken in het DNA zijn daarbij niet altijd schadelijk — ze helpen hersencellen (neuronen) juist om te groeien en verbindingen te maken.

Bij sommige neurologische ontwikkelingsstoornissen, zoals het Koolen-de Vries-syndroom (KdVS), raakt dit evenwicht verstoord. Wanneer DNA-reparatie of -replicatie niet goed verloopt, kunnen hersencellen zich niet normaal ontwikkelen, wat leidt tot ontwikkelingsproblemen.

Met hersenorganoïden die zijn gemaakt uit patiëntcellen, onderzoekt ons team in het Nadif Kasri-lab (from genes to neuronal network; Nadif Kasri Lab – from genes to neuronal network) hoe DNA-schade en -herstel de vroege hersenontwikkeling beïnvloeden, en wat er gebeurt wanneer deze processen verstoord raken. Dit onderzoek kan nieuwe inzichten opleveren om de hersenontwikkeling te beschermen en gerichte behandelingen te ontwikkelen voor aandoeningen zoals KdVS.

Genen en gedrag bij volwassenen met het Koolen – de Vries Syndroom

Onderzoeker: C. Oldenboom, Dr. D. A. Koolen, Dr. P.A.M. Wingbermühle, Prof. dr. J.I.M. Egger

Wat betekent het om als volwassene te leven met het Koolen-de Vries syndroom? Hoe verloopt het denken, welke gevoelens spelen er een rol hoe ziet het gedrag eruit in het dagelijks leven? Dat zijn vragen waar weinig onderzoek naar is gedaan. Daarom zijn het Radboudumc en het Vincent van Gogh Topklinisch Centrum voor Neuropsychiatrie een gezamenlijk onderzoek gestart om het neuropsychologisch functioneren van volwassenen met het Koolen – de Vries syndroom in kaart te brengen.

Waar kijken we naar bij dit onderzoek?

Met dit onderzoek willen wij de informatieverwerkingsprocessen (cognitief functioneren), het gedragsmatig en emotioneel functioneren van volwassenen met het Koolen – de Vries syndroom in kaart brengen. Hier is momenteel namelijk nog weinig onderzoek naar gedaan. Met dit onderzoek willen wij vragen beantwoorden als:

  • Welke uitdagingen kunnen volwassenen met het Koolen – de Vries syndroom ervaren bij het verwerken van informatie in het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij het concentreren, plannen en onthouden?
  • Welke gedragskenmerken komen vaak voor bij volwassenen met Koolen – de Vries syndroom?
  • In welke mate ervaren volwassenen met het Koolen – de Vries syndroom gevoelens van angst of somberheid?

De resultaten van dit onderzoek kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in de bijzonderheden die het Koolen – de Vries syndroom met zich mee kan brengen en kunnen in de toekomst gebruikt worden om de zorg en het dagelijkse leven van personen met dit syndroom verder te verbeteren.

Hoe ziet het onderzoek eruit?

Bij het onderzoek zullen meerdere taken worden afgenomen waarmee het cognitief functioneren in kaart wordt gebracht, oftewel de manier waarop iemand informatie kan verwerken. Zo wordt er bijvoorbeeld aan de hand van puzzels gekeken of deelnemers zich goed kunnen concentreren, informatie kunnen onthouden en hoe goed ze zijn in het maken en volgen van een planning. Dit bezoek duurt ongeveer een halve dag, en kan zowel thuis als op een van de locaties van Vincent van Gogh (Nijmegen, Venray) plaatsvinden. Daarnaast zal een ouder of naaste gevraagd worden om enkele vragenlijsten in te vullen over het gedragsmatig- en emotioneel functioneren van degene met het Koolen – de Vries syndroom. Dit duurt 1 tot 1.5 uur.

Heeft u interesse om deel te nemen aan dit onderzoek?

U of diegene over wie u zorg draagt is geschikt om mee te doen aan dit onderzoek wanneer u of hij/zij ouder is dan 16 jaar en er bij u of hem/haar het Koolen – de Vries syndroom is vastgesteld. Deelname is volledig vrijwillig, dus u beslist zelf of u mee wilt doen aan het onderzoek.

Heeft u of diegene over wie u zorg draagt vragen over of belangstelling in deelname? Dan sturen we u graag een informatiefolder over het onderzoek op en lichten we graag verder toe wat deelname inhoudt. Samen kunnen we bepalen of deelname bij u of degene over wie u zorg draagt past. David Koolen, klinisch geneticus van het Radboudumc, is betrokken bij het onderzoek en kan indien gewenst ook aanvullende informatie geven over deelname.

Bij vragen of interesse kunt u contact opnemen met carmenoldenboom@vigogroep.nl of david.koolen@radboudumc.nl. U kunt ook telefonisch contact opnemen via het secretariaat van het Vincent van Gogh Topklinisch Centrum voor Neuropsychiatrie (0478 – 786160).

Namens het onderzoeksteam,

C. Oldenboom, MSc, promovenda Centrum voor Neuropsychiatrie Vincent van Gogh
Dr. D. A. Koolen, klinisch geneticus en senior onderzoeker Radboudumc
Dr. P.A.M. Wingbermühle, klinisch neuropsycholoog en senior onderzoeker Centrum voor Neuropsychiatrie Vincent van Gogh
Prof. dr. J.I.M. Egger, hoogleraar contextuele neuropsychologie en wetenschappelijk hoofd Vincent van Gogh